De traditionele Nederlandse plat- en rondbodemjachten zijn bijna allemaal ontstaan uit de zeilende vissers- en binnenvaartschepen. Er zijn veel verschillende soorten en typen te onderscheiden. Elk type heeft vaak een min of meer eigen ontwikkeling doorgemaakt. Deze ontwikkeling werd in het algemeen bepaald door plaatselijke omstandigheden en vaargebied, doel waarvoor zo’n boot of schip gebruikt werd, maar ook de beschikbaarheid van materiaal en technische kennis. Omdat in Nederland veel gevaren moest worden op ondiep water zijn de plat- en rondbodems uitgerust met zijzwaarden. Werd er met de schepen gevist, dan waren snelheid en zeileigenschappen belangrijker dan het laadvermogen, dat is juist voor de vrachtschipper van belang. Zo ontwikkelden zich de verschillende rompvormen. Vroeger werden de schepen gebouwd van hout, tegenwoordig worden de meeste rond- en platbodemjachten gebouwd van staal. En ook nu gaat de ontwikkeling nog door.
Omdat vroeger ook onder zware omstandigheden met deze schepen het geld verdiend moest worden op Waddenzee, Zuiderzee, Lauwerszee, en soms verder, werd bijzonder gelet op stabiliteit en zeewaardigheid. Vanuit deze ontwikkeling zijn de huidige rond- en platbodemjachten dus bij uitstek geschikt voor een verblijf op Wad, IJsselmeer en Lauwersmeer, stuk voor stuk schitterende vaargebieden.
Er zijn in de loop van de tijd veel verschillende typen rond- en platbodems ontstaan. Niet altijd zijn al die verschillende typen even makkelijk te onderscheiden. Een eerste indeling kunnen we maken door te kijken naar het doel waarvoor het schip gebruikt werd. Dan heb je naast de vrachtschepen, zoals tjalken, klippers, steilstevens, hagenaars, etc. (daar gaan we verder niet op in) de vissersschepen zoals de botters, schokkers, lemmeraken en schouwen.
We maken hier de volgende indeling door speciaal te kijken naar het voorschip:
Bij de kromstevens horen bijvoorbeeld deBij de rechte stevens horen onder andere
De punters, grundels, pluten en schokkers zag men vooral aan de oostwal van de vroegere Zuiderzee. Er wordt wel veronderstelt, dat deze scheepstypen ontwikkeld zijn uit een van oorsprong Saksisch vaartuig.
Schokkers stonden bekend om hun enorme zeewaardigheid. De grotere schokkers,ca. 15 m lang, werden tot omstreeks 1875 gebouwd te Kuinre, Blokzijl en Kampen. Vooral de Urker vissers, maar ook die uit Paesens-Moddergat voeren hiermee. Kleinere schokkers, 10 – 11 meter lang, werden gebouwd in Blokzijl, Vollenhove, Hasselt, Kampen, en Elburg. Met name Elburg heeft hier een grote vloot van gehad. Daar werden ze ook wel ‘bons’ genoemd. Kort geleden is de laatste oude houten bons naar Elburg terug gebracht voor restauratie.
Later zijn er ook schokkers van ongeveer 18 meter in staal gebouwd voor onder ander loods- en reddingsdienst.
Bekend is ook nog de schokker ‘Margaretha’, in 1895 als jacht gebouwd, 23.7 meter lang en 6 meter breed.
Vanaf 1955 worden er weer schokkers in staal, als jacht gebouwd.
Vooral de laatste jaren is er weer veel belangstelling voor schokkers. Bekende ontwerpen zijn die van Gipon (9.5 , 10.5 en 12 meter ), Vredenburg (9.84 en 10.75 meter), Kielkade en van A.Hoek.
De hoogaars en hengst zijn de vissersvaartuigen van de Zeeuwse wateren.
Terug naar verschillende typen
Schouwen zijn er altijd in vele soorten en maten geweest. Kenmerkend van dit type is de platte voorkant, uitzonderingen daarop zijn er echter ook: de Zeeuwse schouw. Andere typen in deze categorie zijn bijvoorbeeld de kleine open friese schouw ,de grotere kajuitschouw en de zeeschouwen. De zeeschouwen zijn pas deze eeuw ontstaan als vissersvaartuig op de Zuiderzee / IJsselmeer en stonden ook wel bekend als spekbakken. De tegenwoordig als zeeschouw gebouwde jachten zijn vooral bekend en geliefd om de relatief grote ruimte onderdek en stabiliteit
Terug naar verschillende typen
De Staverse Jol
Dit type staat op zich, als enige uitgerust met een ondiepe, lange kiel en zonder zijzwaarden.
meer over Staverse jollen